Kwartierstaat Roozekrans

De kwartierstaat Roozekrans start met mijn grootvader van moeders kant, Martinus Johannes Roozekrans. Hij overleed als laatste van mijn grootouders, alhoewel ik toen pas 3 jaar oud was en nauwelijks nog herinneringen aan hem heb. Ik heb nog zijn paspoort, het trouwboekje van het huwelijk van hem met mijn oma en wat foto’s. Daar ben ik uiteraard erg zuinig op.

Kwartierstaat Roozekrans

Mijn moeder (3 jaar) met mijn oma en vermoedelijk mijn overgrootmoeder

Kwartierstaat Roozekrans

Mijn opa, Martinus Roozekrans, met mijn broertje (november 1961)

Van hem schijn ik ook mijn ene bruine oog te hebben geërfd want verder komen er geen bruine ogen in de familie voor. Voor de duidelijkheid, ik ben in het bezit van 1 blauw en 1 bruin oog, een speling der natuur. Inmiddels is het verschil in kleur een stuk minder geworden dan vroeger.

De moeder van mijn opa overleed iets meer dan een week na hem en ik heb dus nog een paar jaar een overgrootmoeder gehad. Maar ook haar heb ik niet gekend want zij scheen niet zo’n hele vriendelijke vrouw geweest te zijn. Dat vertelde mijn moeder tenminste altijd. Ze is er wel oud mee geworden, 92 jaar.

Mijn opa en oma kregen, behalve mijn moeder en mijn tante ook nog een zoon, maar hij werd levenloos geboren. Dat zal ongetwijfeld een hele inpact hebben gehad op hun leven, maar veel heb ik er van mijn moeder niet over gehoord. 

Tijdens de 2e wereldoorlog leefden mijn grootouders met hun gezin in Rotterdam waar ze ook de bombardementen hebben meegemaakt. Mijn moeder heeft me ooit verteld dat tijdens een bombardement de hele achterpui van hun huis er uit is geslagen maar dat mijn moeder dat pas ‘s morgens ontdekte want zij had er tijdens haar slaap niets van mee gekregen. Ik heb haar vaste slaap geërfd.

Mijn moeder, bijna 3 jaar oud, in juni 1926

Mijn moeder, bijna 3 jaar oud, in juni 1926

Kwartierstaat Roozekrans

Mijn opa en oma

Tijdens mijn onderzoek naar de Roozekrans-tak heb ik ook Cees Rosekrans leren kennen, een ver familielid. Hij heeft mij voorzien van wat ontbrekende informatie. Ook ben ik op het spoor gekomen van een neef van mijn moeder, Kees Roozekrans. Met hem en zijn vrouw heb ik intussen al een keer kennis mogen maken. Eén van hun zoons woont ook in Hengelo, op slechts 5 autominuten rijafstand en tijdens één van hun bezoeken aan hun zoon bezochten ze ook mijn man en mij. Dit was een hele plezierige ontmoeting.
En dat is ook meteen één van de leuke dingen van stamboomonderzoek. Je komt soms in contact met mensen die familie van je blijken te zijn.
Hier vindt u de kwartierstaat van mijn moeder.

verwijzingstamboombestandenkwarrooz

 

Reageren is niet mogelijk