woman Elisabeth‏‎

Gehuwd met:

man Ghene (Gerit) Beij(en)‏‎
Geboren ‎± 1300 Tilburg, overleden ‎± 1342‎, ongeveer 42 jaar
alias Rode Gerit; Bron: De Brabantse Leeuw 16 (1967) blz. 113, Jos van Dijk, en RHC Tilburg,
Collectie Jos van Dijk.
In het hertogelijk cijnsboek van 1340 worden onder het hoofd Tilburg genoemd: Ghene Bey, dictus
Rufus, alsmede Segerus soen Gherit Bey, dictus Rufus. Gheen en Gerit zijn namen die door elkaar
gebruikt worden. Rufus wijst op een rossige haarkleur. Deze Rode Gerit heeft in 1340 reeds een
denkelijk mondige zoon Zeger. Het cijnsboek van 1380 vermeld Rode Gerit niet meer. Hij woonde te
Tilburg, toenmaals Westtilborch geheten, aan het Creyenvenne, het hedendaagse Kraaiven, in des
Royenhoeve, gelegen aan het eind van de Postelstraat.
Gerit Beyen was waarschijnlijk gehuwd met ene Elisabeth. In 1344 wordt zij als weduwe vernoemd.
Cartularium 6 november 1358: Hermannus de Borden de Westilborch heeft opgedragen aan Henricus
Custos, de erfpacht van een halve mud rogge, welke Elisabeth, dochter van Hermannus van der
Aavoert geldt uit 3 lopense land, vroeger toebehoord hebbende aan Gerardus Beyen senior, gelegen
in die Hasselt in de parochie Westilborch, tussen Gerardus genaamd Rode Gerarts, en Lambertus,
zoon van wijlen Lambertus Ydensoen, stellende mede ten onderpand 1 lopense land in de Tetenbrake,
geheten 'die Hogheacker'

Kinderen:

1.
man Segerus (Zeger) Beij(en)‏‎
Geboren ‎± 1325
[Bron: De Brabantse Leeuw 16 (1967) blz. 113, Jos van Dijk, en RHC Tilburg, Collectie Jos van
Dijk. In het hertogelijk cijnsboek van 1340 worden onder het hoofd Tilburg genoemd: Ghene Bey,
dictus Rufus, alsmede Segerus soen Gherit Bey, dictus Rufus. Kinderen: Jan Rode Zegers.
Tongerlo, 25 mei 1350: 'Wyllem van Ghestel, klerk, heeft gegeven aan Segheren Roede Gheraerts
soen, 20 bunder heide in de parochie van Westilborch aan den Vroensberch tegen een jaarlijkse
erfpacht van 5 mud rogge
2.
man Peter Beij(en)‏‎
Geboren ‎± 1335
Bron: De Brabantse Leeuw 16 (1967) blz. 113, Jos van Dijk, en RHC Tilburg, Collectie Jos van
Dijk. Peter Rode-Geritssoen wordt genoemd in het hertogelijk cijnsboek van 1380. Verdere
bronnen: Tilburg R262 (1510) folio 10v; R265 (1513) folio 7; Oisterwijk R159 (1451) folio 13v;
R160 (1452) folio 14 Kinderen: Pauwel, Gijsbert, Michiel en Gerit
3.
man Gerit rode Gerit‏
Geboren ‎± 1340 Tilburg, overleden ‎voor 1422‎
Bron: De Brabantse Leeuw 16 (1967) blz. 113, Jos van Dijk, en RHC Tilburg, Collectie Jos van Dijk.
Gerit dictus Rufus; Gerit Rode-Geritssoen; Hij wordt genoemd in het hertogelijk cijnsboek van
1380, alsmede in de oudste schepenprotocollen van Oisterwijk, welke aanvangen in 1418, zie R 144
(1422) folio 68a. Oisterwijk, 6 november 1422:
Op 06-11-1422 verkocht Jan Wouters sBeren man van Marije Gherijt Rode Gherijts zoen, aan
Enghelberen Jan Walravens een erfpacht van 9 lopen, uit een erfpacht van 18 lopen waarvan Meeus
Gherijt Rode Gherijts zoen de andere 9 lopen bezit, die Jan Vranck Poppen zoen hem met lichtmis
moet leveren, gaande uit een kwart van alle goederen die voornoemde Gherijt Rode Gherijts
verstorven zijn van wijlen zijn zwager Gherijt Lijbe Nouden, in Westilburg, aan het Laer, welke
goederen voornoemde Vranck Vranck Poppen en Jan Vranck Poppen gekregen hadden van voornoemde
Gherijt Rode Gherijts als man van Elisabeth Nuwes, voor 1. een erfcijns van 14« penning, 2. een
erfpacht van 6 lopen rogge aan Henrick Bac van Rijthoven, 3. een erfpacht van een halve mud rogge
aan Margriet Willem Melijs en haar kinderen, en 4. voor de onderhavige erfpacht van 18 lopen
rogge, met lichtmis te leveren, zoals in schepenbrieven van Oisterwijk. De 9 lopen waren Jan
Wouters sBeren of zijn vrouw Marije verstorven van zijn zweder Gherijt